De financiële stimuleringsmaatregel die winning van aardgas in kleinere velden op de Noordzee aantrekkelijk moet maken, zou alleen toegepast moeten worden als olie- en gaswinning gecombineerd wordt met windenergie. NWEA pleit daarvoor in een brief aan de minister van Economische Zaken.
Met de brief reageert NWEA op een voorgenomen aanpassing van de Mijnbouwwet. De Rijksoverheid wil het daarmee aantrekkelijker maken om aardgas te winnen uit 'marginale velden'. Volgens NWEA biedt dat goede mogelijkheden om meervoudig ruimtegebruik en samenwerking tussen de windenergiesector en de olie- en gassector te bevorderen. Daarom zou in elk geval de geplande financiële stimuleringsmaatregel voor aardgas uit marginale velden alleen toegestaan moeten worden als de winning gecombineerd wordt met windenergie. Overigens sluit de NWEA-brief aan bij wat eerder vanuit de CDA-fractie in de Tweede Kamer naar voren is gebracht.
De brief van NWEA schetst verschillende manieren hoe meervoudig ruimtegebruik en samenwerking tot stand kan komen. Het gaat daarbij niet alleen om nieuwe aardgasvelden, maar ook om bestaande velden. Het aardgas vanuit kleine, nu onrendabele velden zou bijvoorbeeld omgezet kunnen worden in elektriciteit op de transformatorplatformen van offshore windparken. Er hoeft dan geen aparte pijpleiding voor het aardgas aangelegd te worden. En bij bestaande gasvelden waar de druk inmiddels te laag is geworden, kan met behulp van elektrisch aangedreven compressoren vanuit het windpark het gas worden getransporteerd. Dat laatste is veel efficiënter dan het gebruik van gasturbines om het doel te bereiken.
NWEA zoekt niet voor niets naar wegen om de samenwerking te bevorderen. Nu wordt een deel van de Noordzee als het ware voor windenergie geblokkeerd, omdat er van uitgegaan wordt dat platforms voor olie- en gaswinning voortdurend per helicopter bereikbaar zouden moeten zijn. Daartoe wordt een veiligheidsmarge aangehouden, waarbinnen men liever geen windturbines geplaatst ziet. Als de afwikkeling van in elektriciteit omgezet gas plaatsvindt via de platforms van de windparken, is er geen apart platform voor het aardgasveld nodig. NWEA pleit er daarnaast voor om te zorgen dat olie- en gasplatforms beter per boot bereikbaar zijn, in plaats van alleen per helicopter, of te kiezen voor oplossingen zonder platform. Dat laatste kan door bij nieuwe velden geen apart platform te bouwen, maar het aardgas of de olie via een ondergrondse leiding te vervoeren naar een al bestaand platform ('subsea-aansluiting'). Al die mogelijkheden 'vergroten' de ruimte die op de Noordzee benut kan worden voor de duurzame elektriciteit van windparken.
De brief aan de minister van Economische Zaken is hieronder opgenomen en kan als pdf worden opgevraagd.
Mevrouw M.J.A. van der Hoeven
Minister van Economische Zaken
Postbus 20101
2500 EC DEN HAAG
Plaats en datum Utrecht, 28 augustus 2009
Ons kenmerk Br-secr.195N
Onderwerp:
Wijziging Mijnbouwwet in verband met het stimuleren van een actief gebruik van vergunningen voor opsporing, winning en opslag (Kamerstuk 31479, Nr. 6)
Excellentie, geachte mevrouw Van der Hoeven,
Graag zetten wij hierbij onze zienswijze uiteen betreffende uw Nota van wijziging van 4 mei 2009, Kamerstuk 31479 nr. 6, Wijziging van de Mijnbouwwet in verband met stimuleren van een actief gebruik van vergunningen voor opsporing, winning en opslag.
Deze Nota van wijziging bevat de uitwerking van de voorgenomen financiële maatregel die tijdige opsporing en winning van aardgas in specifieke marginale gasvelden offshore stimuleert en substantieel extra aardgaswinning en -baten mogelijk wil maken. De maatregel beoogt winning van aardgas in marginale velden aantrekkelijker te maken.
NWEA ziet in deze maatregel een goed instrument om samenwerking tussen de windenergiesector en de olie‑ en gassector te bevorderen. NWEA dringt erop aan gebruik van deze financiële stimuleringsmaatregel alleen toe te staan indien olie- en gaswinning met windenergie wordt gecombineerd (meervoudig ruimtegebruik). Dit wordt tevens naar voren gebracht door de CDA-fractie (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31479, nr. 7). Dit kan op verschillende manieren. Naast gebruik van deze maatregel voor nieuwe velden, kan de maatregel ook gebruikt worden voor stimulering van bestaande velden. Hier zullen wij in onderstaande nader op ingaan.
Indien voor helikopterverkeer van en naar een platform een straal van 5 Nautisch Mijlen rond het platform vrijgehouden dient te worden, betekent dit een blokkering van 240 km2 zeegebied. Dit komt overeen met ca. 1000 MW aan windenergie. Van hieruit ziet NWEA het belang van meervoudig ruimtegebruik.
1. Subsea installatie
NWEA stelt voor dat bij benutting van nieuwe velden alleen gebruik kan worden gemaakt van deze stimuleringsregeling indien de olie of het gas middels een subsea-aansluiting via een ondergrondse leiding naar een bestaand platform wordt getransporteerd om daar behandeld te worden.
2. Offshore access systeem
Indien er toch gekozen wordt voor een platform, stelt NWEA voor dat alleen gebruik kan worden gemaakt van deze stimuleringsregeling indien het platform wordt voorzien van een offshore access systeem voor personeeltransport. Doordat het platform per boot bereikbaar is, zijn helikoptervluchten niet noodzakelijk. Bij ingebruikname van kleine velden is de noodzaak voor een bemand platform gering aangezien deze veelal vanuit grote(re) platforms worden geregeld.
Hierdoor kunnen windparken en platforms op kortere afstand van elkaar goed geplaatst worden. Hierbij kan de subsidie ook besteed worden aan de meerkosten van het offshore accessysteem.
NWEA stelt voor te stimuleren dat ook bestaande platforms aangepast worden met een offshore access systeem.
3. Gebruik van het transformatorstation van het windpark voor het direct omzetten van gas naar elektriciteit
Een bijkomend voordeel van windparken op zee is, dat bijna lege gasvelden kunnen worden leeg geproduceerd en dat kleine, nu onrendabele gasvelden toch kunnen worden benut.
Indien het te duur is om een gastransportleiding aan te leggen, zou een klein, onrendabel gasveld toch benut kunnen worden door het gas offshore om te zetten in elektriciteit op het bestaande offshore platform (transformatorstation) van het windpark. Deze elektriciteit kan vervolgens via de elektriciteitskabel van het windpark naar wal worden getransporteerd. In de vergunningverlening van de mijnbouwinstallatie verdient deze gas-to-wire toepassing naar de mening van NWEA dan ook bijzondere aandacht.
4. Gebruik van elektrisch aangedreven compressoren
Een ander medegebruik met een windpark op zee zou kunnen zijn om, wanneer compressie wordt toegepast bij een veld met te lage druk, de compressie door middel van elektrisch aangedreven compressoren van het windpark te laten plaatsvinden in plaats van gebruik te maken van veel duurdere en minder efficiënte installaties, zoals gasturbines. Een bijna leeg gasveld kan dan toch nog efficiënt gas aan land brengen, alwaar het gas met hoog rendement kan worden gebruikt. Zo kan meer gas worden gewonnen uit kleine of bijna uitgeputte gasvelden.
Bovenstaande wordt vanaf 2011 toegepast door Smart Energy bij het Prinses Amalia Windpark (Windpark Q7-WP).
NWEA is graag bereid haar standpunt desgewenst nader mondeling toe te lichten.
Met vriendelijke groet,
Nederlandse Wind Energie Associatie NWEA
Jaap Warners, voorzitter