In het blad Milieudefensie Magazine van september 2007 van de Vereniging Milieudefensie verscheen een opinie-artikel onder de titel 'Windenergie is niet duurzaam'. Windenergie werd daarin negatief neergezet. Door de Vereniging ODE en NWEA is daarop onderstaande reactie geschreven die verschenen is in het oktober-nummer van het magazine. Daarnaast werden nog verscheidene brieven gepubliceerd van lezers die ook op het artikel reageerden en het niet eens waren met de negatieve beeldvorming van windenergie, waaronder een brief vanuit de Campagne Klimaat en Energie van Mlieudefensie zelf.
Groen licht voor windenergie
Windenergie is uiterst duurzaam, in tegenstelling tot wat het Nationaal Kritisch Platform Windenergie in het vorige opinieartikel stelde. Een tegenstuk van: Ton Hirdes en Cees Bakker.
Investeerders hebben de wind mee. Windenergie is al jaren de meest effectieve en schoonste energiebron. In juni werd gevierd dat de voor 2010 geplande 1500 MegaWatt (goed voor de elektriciteit van 1,5 miljoen huishoudens) vermogen nu al is bereikt. De overheid heeft het volste vertrouwen in windenergie en wil minstens een verdubbeling van wind op land in deze kabinetsperiode. De groei van windenergie gaat in andere landen nog sneller. Wereldwijd is al 80.000 MW opgesteld en de groei is explosief. Met windenergie is snel een forse uitbreiding van het aandeel écht duurzame energie te bereiken. Voor windenergie is geen brandstof nodig die CO2 uitstoot. Er hoeven geen lastige discussies gevoerd te worden over duurzaamheid als bij biomassa. En er is geen (vervuilend) transport nodig om brandstof aan te voeren.
Uit een recent opinieonderzoek bleek dat 94 procent van de Nederlanders voor meer windenergie is (alleen zonne-energie scoorde net iets hoger). Bijna 60 procent vindt dat ook als de turbines in de eigen gemeente komen.
Niet voor niets ziet de windenergiesector de toekomst met vertrouwen tegemoet. Alle seinen staan op groen. Of bijna alle, want terwijl het klimaatdebat zorgt dat windenergie op waarde wordt geschat, blijken projecten in de praktijk moeilijk te verwezenlijken. We willen allemaal het klimaat redden, maar wel verderop. Sommigen maken van dat afschuiven een levenswerk. Neem het Nationaal Kritisch Platform Windenergie. Vorige maand vulden ze de opiniepagina’s in het blad Milieudefensie Magazine met een, naar onze mening, verhaal vol hele en halve onwaarheden.
Huishoudens
Windenergie, schreven ze, levert maar 0,14 procent van alle energie in Nederland en het wordt nooit wezenlijk meer: “Vriend en vijand zijn het daarover eens”. Vrienden die dat beweren, zijn we nog niet tegengekomen. Laten we naar de feiten kijken. Het totale energiegebruik bestaat voor bijna een derde uit elektriciteit, 20% transport en bijna 50% warmte. Wind is nu goed voor 3,5 procent van het elektriciteitsverbruik (dus ruim 1,2 procent van alle energie). Naar verwachting groeit het aandeel elektriciteit de komende jaren nog. Wind kan, schrijft ook de minister van EZ in het blad Windnieuws, in 2020 voor 10 procent van de totale elektriciteit zorgen en volgens transitieplatforms in 2050 zelfs voor de helft van de elektriciteitsproductie; tot wel 17,5 procent van de energie. Dat is niet niks. En er is niemand die zegt dat we het alléén met windenergie moeten doen. De rest zal met, bijvoorbeeld, zon en biomassa opgewekt moeten worden.
In tegenstelling tot wat het NKPW beweert, rekenen we daarbij niet alleen met huishoudens maar gaan we uit van álle elektriciteit. Om het inzichtelijk te maken zeggen we dat windenergie goed is voor een aantal huishoudens. Net zoals de vergelijking met een aantal voetbalvelden tropisch bos dat jaarlijks door houtkap verdwijnt.
Fluctuaties
Windproducenten weten tevoren goed hoeveel hun turbines gaan opleveren. Dat doen ze met geavanceerde voorspellingsprogramma’s. Iedere dag ‘verkopen’ ze de energie van de volgende dag aan de energiebedrijven. Vooraf is dus ook goed in te schatten of en hoeveel op ander wijze opgewekte elektriciteit nodig is. De ene dag wat meer dan de andere. Net zoals nu met bijvoorbeeld gasgestookte centrales pieken en dalen in het gebruik opgevangen worden, kunnen windfluctuaties voorlopig probleemloos opgevangen worden. Pas als het aandeel windenergie 30 procent van de totale stroom gaat bedragen moeten we extra voorzieningen treffen. Ook dat kan duurzaam. Bijvoorbeeld met energieopslag op een energie-eiland in zee of een waterkrachtcentrale op land. Water wordt met duurzame energie omhoog gepompt en stroomt omlaag als er behoefte is aan energie.
Subsidie
Voor windenergie is nu nog subsidie nodig. Uit een onderzoek door Kema en Ecofys, in opdracht van NWEA, bleek dat windenergie op land over een paar jaar zonder subsidie kan draaien omdat de energieprijzen voor alle andere energiebronnen dan inmiddels fors gestegen zijn. Subsidie verstrekken aan een beginnende techniek is gebruikelijk. Omgekeerd: de kosten die veroorzaakt worden door de uitstoot van fijn stof, stikstofoxiden en CO2 bij verbranding van fossiele brandstoffen (gezondheid, milieuschade, klimaatverandering) worden niet toegerekend aan de vervuilende veroorzakers. Dat is een verkapte subsidie. Windenergie heeft deze nadelen niet. Een windturbine verdient de CO2 die nodig is voor productie, installatie en exploitatie in 2 tot 3 maanden terug en produceert vanaf het begin CO2-vrije energie. Geen enkele andere energiebron die dat lukt. Zij zou voor deze vermeden maatschappelijke kosten gecompenseerd moeten worden.
Het onrendabele deel van de investering in duurzame energieprojecten wordt gesubsidieerd zolang dat nodig is. Dat geldt voor alle duurzame energievormen en vergt een steeds lager bedrag per jaar, in tegenstelling tot al dan niet verkapte subsidies aan vormen van energie die geen toekomst hebben. De uitspraak dat uit allerlei kosten-baten analyses blijkt dat windenergie niet zinvol is, is niet onderbouwd en de verwijzingen kloppen niet met de realiteit. Zo ging de Rekenkamer uit van een olieprijs van 28 doller per vat. Dat is al jaren bijna drie maal zoveel en zal naar verwachting alleen nog maar toenemen.
Wereldwijd groeit windenergie al jaren met ca. 30 procent per jaar. Op land én op zee. Landen als Duitsland, Spanje, de VS, Italië, UK, Denemarken en zelfs India en China hebben meer vermogen opgesteld dan Nederland. In Duitsland is becijferd dat de duurzame energie-sector goed is voor 225.000 banen, waarvan een derde in windenergie. Een Duitse burger betaalt jaarlijks ongeveer 12 euro bovenop de energierekening om duurzame energie mogelijk te maken. Veel? Het ontmantelen van de Britse kerncentrales (ooit zijn ze afgeschreven) zal daar elke burger omgerekend 1800 euro kosten, maar zal op geen enkele energierekening terecht komen. Duitsers kunnen dus 150 jaar lang hun duurzaamheidstoeslag betalen om aan hetzelfde bedrag te komen. Daar kunnen we nog wat van leren.
Besparing
Met het NKPW zijn we het eens dat we het niet van één oplossing moeten hebben. Energiebesparing gaat voor alles, ja. Maar wat is het alternatief als we niet fors inzetten op hernieuwbare energie zoals wind, zon en biomassa? Verder gaan met olie, kolen en gas? Zelfs als je gelooft dat de CO2-opslag snel en veilig van de grond komt, is het nog een doodlopende weg. Want straks zijn de voorraden gewoon op (en voor die tijd in elk geval onbetaalbaar).
Kernenergie is dan de laatste optie. Dat zal het effect zijn van de weg die het NKPW voorstaat. Liever kiezen wij voor hernieuwbaren, inclusief windenergie. Nederland kán die transitie doormaken naar 100% duurzame energie in 2050. Maar daarvoor is nú wel windenergie nodig.
Cees Bakker, voorzitter ODE (Organisatie voor Duurzame Energie)
Ton Hirdes, directeur NWEA (Nederlandse Wind Energie Associatie)
De pdf-versie is afkomstig uit het archief van Milieudefensie Magazine.