Windenergie op zee kan goedkoper, stelt NWEA naar aanleiding van de publicatie van het adviesrapport van de Taskforce Windenergie op Zee. “Met tien zeer concrete maatregelen worden tekortkomingen in het beleid opgeheven,” aldus Jaap Warners, voorzitter van NWEA, verwijzend naar het advies, “hierdoor wordt windenergie op zee goedkoper.”
NWEA complimenteert de Taskforce met haar adviesrapport. Het advies kwam daags na de bekendmaking dat slechts twee van de twaalf windparken die aan de tender voor de zogenaamde Tweede Ronde meededen subsidie zullen ontvangen.
Onder de aanbevelingen in het advies van de Taskforce zijn publiek-private samenwerking om de kapitaalkosten te drukken, het verlengen van de concessietermijn tot 40 jaar om over langere tijd te kunnen afschrijven en het weergeven van de doelstelling in terawattuur (TWh) in plaats van megawatt (MW). Deze laatste is een voorbeeld van de eenvoud van de maatregelen. “Je stimuleert innovatie door de doelstelling te vertalen in hoeveel schone energie je wilt produceren in plaats van hoeveel vermogen je opgesteld wilt hebben”, zegt Aad Veenman, voorzitter van de Taskforce, “en innovatie verlaagt de kosten, zo simpel is het.” Verder zegt hij: “We hebben berekend dat bij uitvoering van onze tien aanbevelingen deze samen kunnen leiden tot een relatieve besparing van 4 tot 5 miljard euro, het creëren van een groot aantal banen en het versterken van de Nederlandse offshore industrie”.
Minister Van der Hoeven (Economische Zaken) en enkele leden van de Tweede Kamer waren verbaasd dat windenergie op zee meer lijkt te kosten dan gedacht. Dit bestrijdt NWEA, die al langer aangeeft dat juist het huidige beleid de prijs opdrijft, onder meer doordat onnodig veel risico’s bij de markt worden neergelegd.
Vorige week werd bekend welke marktpartijen onder het huidige beleid hun windmolenpark mogen bouwen. Twee van de twaalf vergunde parken die aan de tender meededen, kregen subsidie voor totaal 600 MW. Deze twee windparken zijn gepland in het gebied ten noorden van de Waddenzee. Daarna is er nog een restbedrag te vergeven voor ongeveer 100 MW. De minister en de Tweede Kamer hadden gehoopt 950 MW te laten verrijzen. Het tegenvallende resultaat zet de doelstelling van 6.000 MW windenergie op zee in 2020 onder druk. De Taskforce en NWEA onderstrepen dat de achterstand ingelopen kan worden door de overgebleven vergunningen met verbeterd beleid een tweede kans te geven.
NWEA en de Taskforce Windenergie op Zee staan voor de verwezenlijking van 6.000 MW windenergie op zee tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. In gesprek met de overheid willen beide partijen er zorg voor dragen dat een nieuw kabinet vaart maakt met de plannen door de adviezen over te nemen.