Artikel Volkskrant: Kolencentrales, een niet noodzakelijk kwaad

do, 09/08/2007 - 23:00

In de Volkskrant van 23 juli 2007 leverde NWEA-voorzitter Joop Lasseur op persoonlijke titel een bijdrage aan de discussie over de nieuwe kolencentrales. Hieronder de tekst zoals voor publicatie aan de Volkskrant aangeboden (de gepubliceerde versie wijkt enigszins af).

 

Kolencentrales, een niet noodzakelijk kwaad

Verschillende aandeelhouders van energiebedrijven, politici en directeuren van milieuorganisaties riepen via deze krant de energiebedrijven op om geen nieuwe kolencentrales te bouwen. Inzetten op duurzame energie is beter, menen ze.

Ze hebben gelijk. Met name wind en biomassa zijn de komende jaren een goed alternatief, in elk geval in Nederland. Nu wordt 7% van alle elektriciteit duurzaam opgewekt. Maar als we er werk van maken, is dat in 2020 een derde van alle elektriciteit en in 2050 zelfs alles. Het argument dat de centrales onmisbaar zouden zijn, is dus misleidend. Sterker nog: ze remmen de groei van duurzame energie.

Klassieke elektriciteitscentrales hebben namelijk een levensduur van 50 jaar. Als in 2030 de helft van alle elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, zijn ze niet meer nodig. Maar tegen die tijd zijn de kapitaalslasten afbetaald en draait de centrale zo goedkoop dat geen energiebedrijf of  overheid hem sluit. Net zoals de afgelopen jaren goedkope stroom uit oude centrales de groei van duurzame energie belemmerde, zo zullen ook deze nieuwe kolencentrales dat doen. Met alle effecten voor het milieu erbij: CO2-uitstoot en lokale vervuiling (fijn stof, zwavel, stikstofoxiden). Het probleem dat we gingen oplossen, wordt zo weer op de lange baan geschoven. Dat is struisvogelpolitiek.

Een actueel voorbeeld ter illustratie. Door de vergunning voor de kolencentrales in de Eemshaven, is de capaciteit op het elektriciteitsnet van Noord-Nederland volledig bezet. Nieuwe projecten worden in de wacht gezet: ze kunnen niet aan het net leveren. Dat geldt ook voor nieuwe lokale, duurzame bronnen als windparken. Bovendien moeten een aantal geplande windturbines in het havengebied wijken voor de komst van de centrales.

Europa en de Nederlandse regering willen dat in 2050 de helft van alle energie duurzaam wordt opgewekt. In dat scenario moet (bijna) de hele elektriciteitsvoorziening duurzaam zijn. Elektriciteit is nu eenmaal beter geschikt om te verduurzamen en kan dus voorop lopen. Ervan uitgaande dat de hoeveelheid geïmporteerde nucleaire elektriciteit gelijk blijft, groeit duurzame elektriciteit dus vooral ten koste van ‘fossiele’ elektriciteit. In dat beeld past de bouw van vier nieuwe kolencentrales absoluut niet.

Het argument dat kolencentrales nodig zijn, is misleidend. Aardgas is schoner dan kolen en daar is ruim voldoende van om de totale benodigde hoeveelheid elektriciteit op te wekken, tot het geheel uit duurzame bronnen komt. Maar vooral: er is genoeg windenergie te vangen op de Noordzee om de helft van het elektriciteitsverbruik te dekken. Dus groeiend van 3% nu tot 50% in 2050. Combinatie met energie-opslag - zoals het energie-eiland – is in dit scenario wenselijk omstreeks 2020.

De rest van de elektriciteit kan opgewekt worden met biomassa die voldoet aan de eisen van duurzaamheid en met waterkracht. Dan zijn er ook nog de elektriciteitsleveranties uit warmtekrachtkoppeling (WKK) uit gebruik van aardgas als warmtebron en de groei de komende jaren van andere duurzame bronnen als zon, waterstroom, osmose en aardwarmte. Kortom: keuze genoeg. Een geheel duurzame elektriciteitsvoorziening is geen droom maar bereikbare werkelijkheid.

En dus is er geen enkele noodzaak tot kolencentrales die decennialang de energiemarkt blijven bepalen. Het enige goede argument voor nieuwe centrales zou zijn efficiënte omzetting van biobrandstof in elektriciteit. Daar komt het woord steenkool niet in voor.

Zeker, met steenkool zal een energiebedrijf aanmerkelijk meer winst kunnen maken dan op wind - en op import van duurzame energie is al helemaal weinig te verdienen.  Er is niets mis mee om als bedrijf in te zetten op maximale winst. Wel als dat onder valse voorwendselen gebeurt. Er is ruim genoeg gas in Nederland (en daarbuiten) om tot 2050 steenkool te vervangen, daarna zijn gas noch steenkool meer nodig.

Steenkoolvoorraden zijn groot en lopen niet weg. Ze kunnen rustig bewaard worden en altijd nog gebruikt worden als er een werkelijk schone toepassing is ontwikkeld. Daarin investeren getuigt van verstandig beleid, niet het nu investeren in centrales die niet schoon zijn.

Die nieuwe kolencentrales zijn dus niet wenselijk en niet nodig. Met onze inheemse voorraden aan aardgas (groot) en wind (oneindig), aangevuld met biomassa, andere duurzame energie en indien nodig met import is er geen enkele reden om voor onze elektriciteitsvoorziening te vrezen. Integendeel, Nederland heeft de mogelijkheid om voorop te lopen in de elektriciteitsopwekking voor de toekomst – op weg naar 100% duurzame elektriciteit. De duurzame energie-sector is er klaar voor.
 

BijlageGrootte
Artikel Volkskrant, Kolencentrales augustus 2007.pdf11.31 KB