In april 2008 is de nieuwe stimuleringsregeling voor duurzame energie, waaronder windenergie, in werking getreden. Deze ‘Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie’ (SDE) is de opvolger van de ‘subsidieregeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie’ (MEP). De MEP werd in 2006 onverwacht stopgezet. Het tot stand komen van de opvolger duurde ruim anderhalf jaar. NWEA heeft op meerdere momenten gereageerd op het beëindigen van de MEP en geadviseerd en ingesproken op de SDE in wording.
Inhoud van deze pagina
MEP stopgezet
De MEP werd in augustus 2006 als het ware van de ene op de andere dag stopgezet. De toenmalige minister van Economische Zaken deed dat door het beschikbare budget op euro 0 te zetten, onder andere uit vrees voor budgetoverschrijdingen.
Windenergieprojecten en andere duurzame energieprojecten die nog geen beroep op de MEP hadden gedaan, konden geen aanvraag meer indienen. Gevolg: alle lopende en nieuwe windenergieprojecten kwamen in afwachting van een nieuwe regeling in de ijskast te staan. Een periode die ruim anderhalf jaar zou gaan duren. Het stopzetten van de MEP heeft daarmee de groei van windenergie danig afgeremd.
NWEA waarschuwde voor de negatieve effecten door het abrupt beëindigen van de MEP. Naar het oordeel van NWEA werkte de regeling naar behoren. Niet voor niets was er een forse uitbreiding van windenergie in die tijd. Wel constateerde NWEA een aantal ‘weeffouten’ in de regeling. Zo kreeg een project 10 jaar lang een vast subsidiebedrag, ook al steeg de vergoeding voor de geleverde elektriciteit in de tussentijd.
NWEA-voorstel verbeterde MEP
NWEA pleitte daarom voor aanpassing van de MEP. Dit vanuit de gedachte dat het beter is fouten te halen uit een bestaande regeling die op zich goed werkt, dan een geheel nieuwe regeling ontwerpen. Dat laatste kost meer tijd, waardoor projecten voor duurzame energie langer stil zouden blijven liggen. Bovendien brengt elke nieuw opgezette regeling weer het risico van een nog onbekend soort weeffouten met zich mee. NWEA stelde zich bovendien op het standpunt dat windenergie op termijn zonder subsidie toe moest kunnen. In de NWEA-visie op een betere en op lange termijn houdbare MEP-regeling werd een en ander beschreven.
In de aangepaste MEP-regeling hield NWEA rekening met de werkelijke elektriciteitsprijs: stijgt de prijs van de elektriciteit die aan het net geleverd wordt, dan is minder overheidsbijdrage nodig. Ook werd het principe van de vermeden maatschappelijke kosten (vmk) door NWEA verder uitgewerkt. Bij verbranding van fossiele brandstoffen komt onder meer het broeikasgas CO2 vrij, net als fijn stof en stikstofdioxide die beide effect hebben op de gezondheid. De kosten om de effecten op te vangen, zijn echter niet verrekend in de elektriciteitsprijs. De maatschappij betaald er indirect voor, bijvoorbeeld in de vorm van dijkverzwaring en gezondheidszorg.
Externe bureaus berekenden deze vermeden maatschappelijke kosten op dat moment op 3 tot 6 cent per kWh. Dat bedrag zou volgens NWEA beschikbaar moeten komen om windenergie te stimuleren. Het is géén subsidie, het zijn kosten die de maatschappij anders zou moeten maken bij het benutten van fossiele brandstoffen. Door ze toe te kennen aan windenergie ontstaat een ‘level playing field’: het oneerlijke concurrentievoordeel van fossiele brandstof ten opzichte van een schone energiebron als windenergie verdwijnt erdoor.
Het standpunt van NWEA is vervolgens verder uitgewerkt in een voorstel voor een nieuwe MEP-regeling en uiteindelijk in maart 2007 in een strategie voor de stimulering van windenergie, op basis van een doorrekening door KEMA en Ecofys. Rekening houdend met stijgende prijzen voor fossiele brandstoffen, bleek uit de doorrekening dat windenergie op land binnen een paar jaar geen subsidie meer nodig heeft. Voor windenergie op zee zal dat een paar jaar langer duren.
Geheel nieuwe regeling: SDE
Het ministerie van Economische Zaken besloot evenwel niet verder te gaan met de MEP, maar een geheel nieuwe regeling te maken. Dat werd uiteindelijk de SDE, de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. Halverwege 2007 verscheen de concept-AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) van de SDE, het raamwerk van de regeling.
NWEA heeft over daarover in een vroeg stadium met EZ gesproken en heeft ook schriftelijk gereageerd. NWEA toonde zich onder andere tevreden over het opnemen van het principe dat de overheidsbijdrage daalt als de elektriciteitsprijs stijgt. Maar NWEA wees ook op een aantal nadelen. Veel elementen zouden namelijk nog uitgewerkt gaan worden in Ministeriële regelingen. Maar dergelijke regelingen zijn zeer gemakkelijk aan te passen. Dat betekent dat de hoogte van het beschikbare budget, bedragen en andere uitwerkingen van de ene dag op de andere veranderd kunnen worden. De sector is, gezien de lange looptijd van projecten en investeringen, juist gebaat bij continuïteit en zekerheid. In een brief aan Tweede Kamerleden is dit bezwaar herhaald.
Een eindoordeel over de SDE kon NWEA op dat moment niet geven, doordat veel nog uitgewerkt diende te worden. Voor de uitwerking is op verschillende momenten overleg geweest met ambtenaren van het ministerie. Verschillende door NWEA aangedragen voorstellen zijn daarbij overgenomen. Het principe van de Vermeden maatschappelijke kosten jammer genoeg niet.
Basisgegevens 2008-2009
Eind 2007 presenteerden onderzoekscentra ECN en KEMA een conceptrapport met de basisgegevens waarmee voor 2008 en 2009 de ‘onrendabele top’ van windenergieprojecten zou worden vastgesteld is en dus hoeveel SDE een project nodig heeft. Op dat rapport kwam van onder andere NWEA grote kritiek: er werd deels met verouderde bedragen en onjuiste aannames gewerkt. Ook het feit dat als uitgangspunt met 2200 vollasturen werd gerekend, werd door NWEA gehekeld. Aan de kust kunnen turbines dat aantal uren halen, verder landinwaarts niet. Het aantal vollasturen was overigens een keuze vanuit het ministerie van Economische Zaken, niet vanuit de onderzoeksbureaus. Vanwege alle kritiek namen ECN en KEMA in overleg met Economische Zaken extra tijd om de cijfers te actualiseren.
Vooral goed voor windrijke locaties
In februari 2008 werd de SDE-regeling gepubliceerd. Ingangsdatum van de regeling werd 1 april. In een reactie (brief aan de Tweede Kamer) liet NWEA weten overwegend postitief te zijn over het raamwerk van de regeling. En natuurlijk vooral vanwege het feit dat er eindelijk, ruim anderhalf jaar na het stopzetten van de MEP, weer een stimuleringsregeling voor duurzame energie is. Veel elementen uit het NWEA-model zijn in de regeling opgenomen. Wel constateerde NWEA dat de regeling uiteindelijk in een aantal gevallen is ingevuld met lagere bedragen dan waarmee volgens de meest recente marktgegevens gerekend zou moeten worden. Daarmee kan de SDE voor een aantal projecten te laag uitvallen om rendabel te zijn.
Grootste kritiekpunt was echter dat de regeling eigenlijk alleen interessant is voor windenergieprojecten
in windrijke gebieden en op locaties waar geen hoogtebeperkingen gelden. Locaties verder landinwaarts komen volgens NWEA in de problemen omdat als uitgangspunt met een hoog aantal vollasturen is gerekend. Zeker projecten landinwaarts zullen dat aantal uren niet halen en zullen daardoor veelal niet rendabel zijn en dus niet worden gebouwd. NWEA wees erop dat die projecten echter van wezenlijk belang zijn om het kabinetsstreven van verdubbeling van windenergie op land in 2012 te halen.
Dat uitgangspunt werd door NWEA ook ingebracht tijdens een rondetafelgesprek dat de Vaste commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer over de SDE organiseerde.
Wind op zee valt buiten de boot
De SDE geldt in 2008 nog niet voor wind op zee (zie ook Dossier Offshore). Het kabinet heeft besloten in 2009 en 2011 voor in totaal 450 MW offshore windenergieprojecten middelen vrij te maken. Hoe de SDE-regeling voor wind op zee ingevuld gaat worden, zal in de loop van dit jaar nog moeten blijken. NWEA heeft aangeboden recente marktgegevens te willen overleggen.
April 2008: regeling open
Op 1 april is de SDE in werking getreden. Voor windenergie is het mogelijk tot 1 december een beroep op de regeling te doen. Voor de andere duurzame energie-bronnen kan dat slechts tot augustus. Duidelijk is inmiddels dat er voor zonne-energie (Zon-PV) meer aanvragen liggen dan er SDE beschikbaar is (eind mei bijna 8.000 aanvragen, samen goed voor 17,8 MW terwijl aanvankelijk voor 10 MW beschikbaar was).
Voor wind is het nog te vroeg conclusies te trekken. Op 22 mei was er SDE voor 32 projecten (127,8 MW) aangevraagd en voor 53 kleinere windturbines < 20 kW (samen 0,1 MW). NWEA zal de vinger aan de pols houden om de overheid tijdig te kunnen adviseren over aanpassingen voor 2009.
Op verzoek vanuit de ministeries heeft NWEA aangegeven hoe de SDE zo aangepast kan worden, dat ook projecten in minder windrijke gebieden er gebruik van kunnen maken. NWEA bepleit daartoe opnieuw om het aantal 'vollasturen' waarmee gerekend wordt te verlagen van 2200 naar 2000.
Dit voorstel staat samen met enkele andere aandachtspunten voor bij het wijzigen van de SDE in een brief aan het ministerie van Economische Zaken (zie de brief). Het ministerie kijkt op dit moment naar mogelijke aanpassingen van de Algemene Maatregel van Bestuur van de SDE. Naar de Ministeriële regelingen zal in een volgend stadium gekeken worden.
Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 8 augustus 2008.
SDE-regeling 2009
In 2009 kan vanaf 6 april SDE worden aangevraagd voor windenergie op land. Voor offshore windenergie wordt de regeling later in het jaar opengesteld; er zal dan zo goed als zeker een tender worden uitgeschreven. De regeling voor wind op land is dit jaar open tot 30 oktober, dat is een maand korter dan in 2008.
Voor informatie over de regeling, zie de SDE-pagina's op de website van SenterNovem.
Links en overzicht nieuwsartikelen en persberichten
Voor een overzicht van nieuwsartikelen en persberichten over de SDE en MEP, klik hier.
Voor het dossier SDE op de website van het ministerie van Economische Zaken, klik hier. Op deze site is ook een dossier MEP te vinden.
Praktische informatie over de SDE, nieuws en aanvraagformulieren zijn te vinden op de website van SenterNovem, de uitvoerende organisatie voor de SDE.
Downloaden als pdf