Dossier Offshore

Windpark Q7 in aanbouw (foto: Econcern)

Inhoud van deze pagina:

 

De bestaande windparken op zee

Het Nederlands deel van de Noordzee kent op dit moment twee windparken: het windpark bij Egmond aan Zee en het Prinses Amalia Windpark (voorheen Q7).

Offshore Windpark Egmond aan Zee (voorheen: NoordzeeWind) levert sinds eind 2006 elektriciteit aan het openbare net, jaarlijks genoeg voor de stroomvoorziening van ongeveer 100.000 huishoudens. Er staan 36 windturbines van elk 3 MW opgesteld vermogen; totaal 108 MW. Het park is eigendom van Shell en NUON en werd gebouwd door een samenwerkingsverband van Ballast Nedam en Vestas.

Net buiten de 12-mijls zone ligt het 2e Nederlandse offshore windpark dat bekend werd onder de naam Q7. Tijdens de opening op 4 juni 2008 werd het park herdoopt in Prinses Amalia Windpark. Het bestaat uit 60 windturbines van elk 2 MW, totaal 120 MW. Het park is eigendom van ENECO, E-concern en een investeringsgroep. De bouw is verricht door Van Oord en Vestas.

Veel initiatieven, moeizaam beleid

Voor de bouw van offshore windparken is veel belangstelling. Initiatiefnemers hebben voor in totaal enkele tientallen locaties aangegeven dat ze willen onderzoeken of een windpark daar mogelijk is. De afhandeling van die aanvragen verloopt moeizaam. Vanwege de veelheid aan initiatieven komt de Rijksoverheid niet tot besluiten. Naar het gevoel van NWEA werd getracht besluitvorming steeds uit te stellen. Initiatiefnemers worden bijvoorbeeld geconfronteerd met steeds nieuwe eisen die aan de milieueffectrapportage worden gesteld of met ad hoc ingestelde adviesorganen die op basis van veranderde criteria een negatief advies uitbrengen. Daarbij speelt dat al die plannen door veel anderen die op de Noordzee actief zijn, argwanend  worden bekeken. Men vreest voor de eigen belangen. Offshore windenergie is ‘the new kid on the block’. Offshore wind verdient een eigen positie in deze discussie, vindt NWEA. Bovendien is afstemming met andere belangen veelal goed mogelijk.

De Rijksoverheid worstelt niet alleen met de vraag hoe om te gaan met alle lopende initiatieven, maar ook met de vraag hoe de SDE-bijdrage toe te wijzen. Regelmatig wordt het model van de tender genoemd, ook voor de ronde van aanvragen die al loopt. Bij aanvang daarvan was het principe van toewijzing op basis van volgorde van binnenkomst het uitgangspunt. Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken zette NWEA de verschillende modellen in een notitie op rij. NWEA sprak een voorkeur uit voor toewijzing op basis van volgorde van binnenkomst.

Advies van de strategiegroep Transitiepad Offshore Wind (TOW)

Eind 2007 verscheen het advies van de strategiegroep Transitie Offshore Wind (TOW): ‘Offshore wind, een transitie naar een duurzame elektriciteitsvoorziening’ (hieronder als pdf-document te vinden). TOW stelt een betere samenwerking voor tussen overheid en bedrijfsleven om met hernieuwd elan aan de doelstelling van 6.000 MW op zee in 2020 te werken. In het TOW-advies is aangegeven waarom offshore windenergie noodzakelijk is, wat in grote lijnen de benodigde ondersteuningsbedragen zijn en wat de noodzakelijke technische aanpassingen zijn, met name in het net.
Het TOW-advies richt zich op de zogenaamde ‘3e ronde’, de doorgroei naar  tenminste 6.000 MW. De ‘1e ronde’ betrof de windparken Egmond aan Zee en Q7. De ‘2e ronde’ de huidige vergunningaanvragen (inmiddels verengd tot de 450 MW tot 2012 waarvan in het regeerakkoord sprake is).
Het TOW-advies beschrijft het transitiepad in een aantal stappen, te beginnen met het vormen van een ‘leidende coalitie’ van overheid en bedrijfsleven, gebaseerd op een convenant. Zowel overheid als bedrijfsleven zouden daartoe elk een ‘regisseur’ dienen aan te wijzen om het proces snelheid te kunnen geven. Na het nemen van die eerste stappen kunnen in gezamenlijk overleg de vervolgstappen verder uitgewerkt en genomen worden.
Aansluitend bij het advies van de Transitiegroep Offshore Wind heeft NWEA aangegeven de rol namens de markt in de ‘leidende coalitie’ op zich te willen nemen.
 

NWEA-visie op toekomst offshore windenergie

Begin 2008 verscheen de NWEA-visie op de toekomst van offshore windenergie. Windenergie op zee is hard nodig om de overheidsdoelstellingen voor duurzame energie (van Nederland en van de EU) te halen, constateerde NWEA daarin.  Maar er moet wel aan gewerkt worden. Er bestaat dringend behoefte aan duidelijk beleid en een krachtige aanpak met als doel: het verantwoord plaatsen en in bedrijf hebben van ten minste 6.000 MW aan opgesteld vermogen wind-op-zee in 2020 en daarna de verdere doorgroei.
In deze visie geeft NWEA aan welke taken publieke en private sector in samenwerking moeten uitvoeren. Als alle partijen actief hun verantwoordelijkheid nemen, staat volgens NWEA niets in de weg om een succesvolle ontwikkeling van wind op zee mogelijk te maken. De publieke sector is in dit kader verantwoordelijk voor het vaststellen van het ruimtelijk beleid, de vergunningensystematiek, het financiële stimuleringsbeleid en de infrastructuur (aansluiting op het landelijk elektriciteitsnet). De private sector is verantwoordelijk voor het realiseren van de windparken. Dit is conform het TOW-advies.
NWEA pleit bovendien voor een 'gate close': voor de huidige, lopende ronde zouden geen nieuwe initiatieven meer toegelaten moeten worden om te voorkomen dat het afhandelen van de initiatieven eindeloos blijft doorlopen. Lopende initiatieven zouden aan bepaalde criteria moeten voldoen, anders zouden ze wat NWEA betreft moeten afvallen.

Huidige stand van zaken

De Rijksoverheid heeft inmiddels besloten, voor de periode na 2012, een locatiestudie te laten uitvoeren: waar kunnen offshore windparken het beste geplaatst worden. In een brief aan de Tweede Kamer is door het ministerie van Verkeer en Waterstaat een en ander aangegeven. Daarin staat ook dat voor de huidige ronde géén nieuwe iniatieven meer worden toegelaten. NWEA acht de uitgangspunten in de brief een goede aanzet voor de toekomst, maar constateert dat er nog geen sprake is van een gewenst plan van aanpak. Daarin moeten ook zaken aan de orde komen zoals de regelgeving, de aanleg van hoogspanningskabels naar de windparken, hoe om te gaan met de verschillende belangen en het systeem van toewijzing van overheidsbijdrage. Er zijn door Verkeer en Waterstaat twee werkgroepen ingesteld. Een voor de ‘korte termijn’, de nu lopende aanvragen, en een voor de ‘lange termijn’, de periode tot 2020. NWEA participeert in beide. Overigens constateert NWEA dat daarmee nog niet is beantwoord aan het advies van de transitiegroep TOW om aan de zijde van de overheid en de markt elk een persoon of orgaan aan te wijzen dat optreedt als regisseur.
In de SDE-regeling, de stimuleringsregeling voor duurzame energie, die in april in werking trad, is offshore windenergie nog niet opgenomen. Het is de bedoeling dat dit in 2009 wel het geval zal zijn. In de loop van dit jaar zal onderzoekscentrum ECN daarover een advies opstellen voor het Ministerie van Economische Zaken. Daarbij zal NWEA als vertegenwoordiger van de sector betrokken worden.

Steun voor offshore windenergie

Het besef dat de Noordzee op termijn veel mogelijkheden biedt voor offshore windparken, leeft niet alleen bij de initiatiefnemers en de bedrijven actief op het gebied van windenergie. Andere organisaties ondersteunen het streven, omdat het een wezenlijke bijdrage betetekent aan de groei van duurzame energie en het halen van de klimaatdoelstellingen. 

De gang van zaken rond offshore windenergie was voor de Kafka-brigade aanleiding voor onderzoek en het formuleren van 7 aanbevelingen.

Lees hier verder voor enkele voorbeelden van externe steun voor offshore windenergie en voor het advies van de Kafka-brigade.


Overzicht artikelen en links

 

Voor een overzicht van nieuwsartikelen en persberichten over offshore windenergie, klik hier.

Voor informatie over de initiatieven voor windparken op zee is onder meer te vinden op Noordzeeloket. Klik hier voor het gedeelte windenergie op die site.

Voor informatie over de strategiegroep Transitie Offshore Windenergie, klik hier


Downloaden als pdf

BijlageGrootte
Naar een duurzame elektriciteitsvoorziening - Transitiepad offshore windenergie 26-11-07.pdf275.52 KB
Brief V&W aan Tweede Kamer april 2008 over offshore windparken.pdf36.72 KB
NWEA visie Offshore windenergie februari 2008.pdf73.54 KB