Onderzoek naar SDE: veel projecten vallen af

Ongeveer de helft van de geanalyseerde windenergieprojecten op land zal niet worden gerealiseerd met de stimuleringsregeling SDE, zoals die per 1 april in moet gaan. Dat blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van NWEA, de Nederlandse WindEnergie Associatie, is uitgevoerd door ECORYS.

De vanuit milieudoelstellingen gewenste verdubbeling van windenergie op land wordt daarmee onhaalbaar. Om deze verdubbeling te bereiken, is het realiseren van alle lopende projecten noodzakelijk.

NWEA roept de Minister van Economische Zaken op om samen met NWEA na te gaan op welke wijze meer projecten haalbaar kunnen worden gemaakt. Daarnaast verzoekt NWEA de Tweede Kamercommissie voor Economische Zaken dit verzoek aan de Minister te ondersteunen. Het rapport van ECORYS en de brief aan de commissie kunnen onder aan dit bericht als pdf worden opgevraagd.

ECORYS (het voormalige Nederlands Economisch Instituut) constateert in het vandaag verschenen rapport ‘ Contra-expertise op ECN/KEMA-advies wind op land’ op basis van concrete projectvoorstellen dat met de basisbedragen zoals het Ministerie van Economische Zaken die hanteert, veel projecten het niet zullen redden. Uitgedrukt in opgesteld vermogen (MW) kan dit oplopen tot 80% van het vermogen in de ‘pijplijn’ (de lopende projecten).

Investeringskosten te laag ingeschat

De werkelijke investeringskosten liggen gemiddeld ruim 10% hoger dan waar in de stimuleringsregeling voor duurzame energie van wordt uitgegaan. Dit komt onder meer omdat ECN/KEMA in de investeringskosten een aantal kosten niet heeft meegenomen, anderzijds is als gevolg van de productieschaarste door de (gelukkig) wereldwijd zeer grote vraag naar windturbines de prijs van windturbines hoog. Ook de kosten voor bedrijfsvoering (beheer en onderhoud) worden te laag ingeschat.

Gemiddeld is het niveau van de kosten van de in opdracht van NWEA doorgerekende windenergieprojecten nagenoeg gelijk aan de door ECN/KEMA uitgerekende kostprijs. Maar als de SDE-regeling op dit gemiddelde wordt afgestemd, ontstaat een probleem. De helft van de projecten komt immers boven het gemiddelde kostenniveau uit en ontvangt daardoor onvoldoende financiële stimulering. Terwijl het streven is een aanzienlijk groter deel van de projecten mogelijk te maken.

NWEA stelt de Minister van Economische Zaken voor om gezamenlijk de SDE-regeling voor wind op land zodanig aan te passen dat een aanzienlijk groter aantal projecten gerealiseerd kan worden. NWEA gaat daarbij uit van een gedifferentieerde regeling, waarbij beter rekening gehouden wordt met kust- en binnenlandlocaties.

Onderzochte projecten

Voor het onderzoek werden 20 door NWEA-leden aangeleverde projecten geanalyseerd, waarvan verwacht wordt dat ze op korte termijn SDE zullen aanvragen. Het Ministerie van Economische Zaken gaat ervan uit dat projecten met 2200 vollasturen met SDE haalbaar moeten zijn. Projecten in het binnenland, waar het minder waait (c.q. locaties met minder dan 2000 vollasturen) zijn daarom op voorhand in de analyse buiten beschouwing gelaten; deze zouden met de basiscijfers van ECN/KEMA per definitie al niet rendabel zijn.

De binnenlandprojecten zijn echter cruciaal voor het behalen van de ambitieuze doelstelling van verdubbeling van windenergie op land in 2011. NWEA vindt dan ook dat hiervoor, los van de discussie over de hoogte van het SDE-basisbedrag, een oplossing gevonden moet worden. NWEA heeft hiertoe in het verleden al verschillende malen een voorstel gedaan.

Bij de toerekening van projectkosten is in de analyse uitgegaan van de gangbare berekeningsmethode die ECN/KEMA voor Economische Zaken hanteren. De ontwikkelingskosten, die al gauw 5 - 10% van de totale kosten kunnen belopen, zijn volgens deze methode in alle berekeningen buiten beschouwing gelaten. NWEA is evenwel van mening dat deze ook als onderdeel van de totale kosten zouden moeten worden meegenomen.

SDE-regeling

De SDE-regeling ondersteunt de ontwikkeling van diverse duurzame energiebronnen, waaronder windenergie. ECN/KEMA rekenen op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken jaarlijks uit welk bedrag noodzakelijk is om windenergieprojecten mogelijk te maken. Op het berekende bedrag worden vervolgens de inkomsten die vanuit de verkoop van elektriciteit ontvangen worden in mindering gebracht.