• Home
  • Actueel
  • Nieuws
  • NWEA en Holland Solar: 'Verhoog inzet zonne- en windenergie op land naar 45 TWh'

NWEA en Holland Solar: 'Verhoog inzet zonne- en windenergie op land naar 45 TWh'

OPINIE | Hans Timmers, bestuursvoorzitter NWEA en Jaap Baarsma, voorzitter Holland Solar

Onderstaand artikel is op 12-12-2018 verschenen op de opiniepagina van Energeia: https://energeia.nl/energeia-artikel/40076601/nwea-en-holland-solar-verhoog-inzet-zonne-en-windenergie-op-land-naar-45-twh

NWEA en Holland Solar dagen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) uit om ruimer in te zetten op zonne- en windenergie op land. De opdracht vanuit het voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord luidt 35 TWh, maar 45 TWh is veel verstandiger.

In de bijdrage “Wij moeten luisteren naar de burgers en ondertussen vaart maken” weerspreken twee gedeputeerden uit Drenthe en Flevoland de beweringen van verschillende klimaatonderhandelaars in het Financieele Dagblad dat VNG en IPO de voortgang van de klimaatonderhandelingen frustreren. De gevraagde groei van de hernieuwbare energieopgave op land zou volgens VNG en IPO maar lastig te verdelen zijn. Maar VNG en IPO doen wel hun best, zo is hun strekking.

NWEA en Holland Solar hebben begrip voor de opgave waarvoor VNG en IPO aan de lat staan. Als zon- en windontwikkelaars weten wij terdege hoe lastig de realisatie van duurzame energieprojecten in de regio kan zijn. Tegelijk is het goed om nuchter te blijven kijken naar de opgave voor de energietransitie. Het hoofdlijnenakkoord van deze zomer gaat uit van 35 TWh wind en zon in 2030 (exclusief kleinschalige dakinstallaties). 35 TWh, dat klinkt hoog. Tijd voor een verduidelijking.

Als gevolg van het Energieakkoord (gesloten in 2013) zal er tussen 2020 en 2023 rond de 6 GW wind op land zijn gebouwd. Samen met de snelgroeiende grootschalige zonneprojecten op daken en deels op grond, leidt dat volgens de Nationale Energieverkenning uit 2017 tot een opwek van zo’n 23 TWh per jaar. Met de 2 TWh aan extra productie uit projecten die al in de planning staan, komt de teller rond 2023 op 25 TWh per jaar.

De resterende opgaaf voor lokale overheden tot 35 TWh per jaar in 2030 is dus op te lossen met 10 TWh per jaar. Om die 10 TWh op te wekken zijn vijfhonderd nieuwe windturbines nodig en een forse uitbreiding van het aantal zonnepanelen op (boeren)bedrijfsgebouwen. Dat klinkt opnieuw hoog. Maar omgerekend betekent het ongeveer 1,2 windmolen per gemeente. Is dat werkelijk de extra bijdrage die VNG en IPO in het komende decennium tot 2030 wil leveren aan onze energietransitie?

Bovendien is de verwachting dat sectoren als de transport, de industrie en de gebouwde omgeving de komende jaren zullen overstappen van fossiel naar efficiënt elektrisch energieverbruik. Een groot deel van de benodigde opwekcapaciteit kan op zee komen te staan (alleen wind), maar het komt ook terecht op land (wind én zon).

Een doel van (minimaal) 45 TWh per jaar in 2030 is in onze ogen veel verstandiger. NWEA en Holland Solar hebben daar al eerder voor gepleit. Met een doel van 45 TWh worden onnodige vertragingen voorkomen als op een later moment de opgave tóch naar boven moet worden bijgesteld. En mocht de elektriciteitsvraag lager uitpakken dan kan gaandeweg altijd nog worden besloten om de opgave te beperken. VNG en IPO vinden ons dan aan hun zijde voor het vinden van mooi inpasbare en haalbare oplossingen.

NWEA, Nederlandse WindEnergie Associatie, is de brancheorganisatie voor windenergie op land en op zee. Holland Solar, is de branchevereniging voor zonne-energie.
voor lokale overheden tot 35 TWh per jaar in 2030 is dus op te lossen met 10 TWh per jaar. Om die 10 TWh op te wekken zijn vijfhonderd nieuwe windturbines nodig en een forse uitbreiding van het aantal zonnepanelen op (boeren)bedrijfsgebouwen. Dat klinkt opnieuw hoog. Maar omgerekend betekent het ongeveer 1,2 windmolen per gemeente. Is dat werkelijk de extra bijdrage die VNG en IPO in het komende decennium tot 2030 wil leveren aan onze energietransitie?

Bovendien is de verwachting dat sectoren als de transport, de industrie en de gebouwde omgeving de komende jaren zullen overstappen van fossiel naar efficiënt elektrisch energieverbruik. Een groot deel van de benodigde opwekcapaciteit kan op zee komen te staan (alleen wind), maar het komt ook terecht op land (wind én zon).

Een doel van (minimaal) 45 TWh per jaar in 2030 is in onze ogen veel verstandiger. NWEA en Holland Solar hebben daar al eerder voor gepleit. Met een doel van 45 TWh worden onnodige vertragingen voorkomen als op een later moment de opgave tóch naar boven moet worden bijgesteld. En mocht de elektriciteitsvraag lager uitpakken dan kan gaandeweg altijd nog worden besloten om de opgave te beperken. VNG en IPO vinden ons dan aan hun zijde voor het vinden van mooi inpasbare en haalbare oplossingen.

NWEA, Nederlandse WindEnergie Associatie, is de brancheorganisatie voor windenergie op land en op zee. Holland Solar, is de branchevereniging voor zonne-energie.