Kredietcrisisakkoord: meer financiële ruimte wind op zee

Er zal tijdens deze kabinetsperiode voor twee keer zoveel windenergie op zee financiële ruimte zijn dan waarvan eerder was uitgegaan. Dat is, tot tevredenheid van NWEA, opgenomen in het kredietcrisisakkoord van het kabinet. Ook staat daarin dat wordt bekeken of de SDE uit de Rijksbegroting gehaald kan worden en of de regeldruk voor de ontwikkeling van windparken verminderd kan worden.

Er was tot heden financiële ruimte om tijdens deze kabinetsperiode voor 450 MW windenergie op zee een tender uit te schrijven. NWEA heeft altijd benadrukt dat dat veel te weinig was. Het doel is 6.000 MW op zee in 2020; een groei met slechts 450 MW deze periode is te klein om het einddoel te halen. NWEA hekelde ook het feit dat voor al die MW's tot 2020 geen financiën werden vrijgemaakt in de begroting. In het kredietcrisisakoord is nu in elk geval ruimte gemaakt voor de financiering van 450 tot 500 MW extra, tijdens deze kabinetsperiode  te comitteren. Er is dus extra geld voor offshore windenergie vrijgemaakt en er vindt een versnelling plaats. 

Aan het einde van dit jaar zullen vergunningen voor een aantal offshore windparken zijn afgegeven. Er zal dan een tender uitgeschreven worden. NWEA begrijpt dat het extra geld benut wordt om een groter aantal van de eind dit jaar vergunde windparken tot ontwikkeling te laten komen. Dat betekent dat er redelijk snel aan de slag gegaan kan worden, omdat de vergunde parken de procedures al doorlopen hebben.

NWEA benadrukt dat met de 450-500 MW extra slechts de financiering van een beperkt deel van 6.000 MW is geregeld. Om het doel in 2020 te bereiken, pleit NWEA ervoor dat nog dit kabinet de financiering voor de volledige 6.000 MW zekerstelt. Bij andere investeringen, zoals in het wegennet, waterkeringen of Tweede Maasvlakte wordt ook meerdere kabinetten vooruit gekeken. NWEA begrijpt dat in het kredietcrisisakkoord vooral naar de korte termijn is gekeken; het is nu zaak dat het kabinet alsnog een totaalplaatje voor offshore windenergie tot 2020 opstelt, inclusief noodzakelijke financiering. 

De financiering van de stimuleringsregeling SDE wordt voor de toekomst 'uit de Rijksbegroting gehaald'. Financiering zal plaatsvinden door een opslag op het elektriciteitstarief. De ruimte die daardoor in de begroting van Economische Zaken ontstaat, wordt ingezet voor lastenverlichting. Het uit de begroting halen van de SDE is een langgekoesterde wens van NWEA omdat daarmee niet per kabinetsperiode financiën voor de stimulering van windenergie gezocht hoeven te worden. Het biedt daarmee meer kans op langjarige zekerheid voor initiatiefnemers van en investeerders in windparken.
Omdat op dit moment nog te weinig bekend is hoe het voorstel uitgewerkt zal worden, is een goed oordeel nog niet mogelijk. Zo is er sprake van een maximering in de opslag. Als dat betekent dat deze bij elke kabinetsformatie of zelfs tussentijds bepaald wordt, is er te weinig zekerheid voor de markt. NWEA zet in op een regeling die uitgaat van de groei van duurzame energie en die geen rem wordt. NWEA benadrukt het belang van langjarige zekerheid. 
Daarnaast staat in het kredietcrisisakkoord van het kabinet dat er gezocht wordt naar wegen om, nadrukkelijk voor windparken, de regeldruk te verminderen en planprocedures te verkorten. Hoewel nog niet duidelijk is waaraan gedacht wordt, is NWEA graag bereid over de mogelijkheden hiervoor met de overheid in overleg te treden.