Geslaagd symposium Ecologie en windenergie op zee

Vanwege de ambiteuze plannen op de Noordzee met offshore windenergie, organiseerden NWEA en de Stichting De Noordzee op 23 juni een symposium over ecologie en windenergie op zee.

De ontwikkeling van windenergie op de Noordzee moet tussen nu en 2020 een vogelvlucht nemen van de huidige 228 MW naar 6.000 MW. Wil Nederland dat goed uitvoeren, dan is kennis over de effecten die dit met zich meebrengt noodzakelijk. Dat was de achtergrond van het symposium, dat werd georganiseerd mede namens Stichting Natuur & Milieu, we@sea en de initiatiefnemers en exploitanten van windparken op zee. Tijdens de middag kwamen sprekers aan bod die de laatste kennis uit de doeken deden over de effecten op zeevogels, vis(larven) en zeezoogdieren. Ook werd geëvalueerd welke bouwmethoden voor windparken bruikbaar zijn om een gestage ontwikkeling van windenergie de komende decennia mogelijk te maken met minimale gevolgen voor het ecosysteem.

De zaal werd gevuld door ongeveer 100 geïnteresseerden, afkomstig van voornamelijk ontwikkelaars van windparken op zee, milieu- en natuurorganisaties, overheden, kennisinstellingen en adviesbureaus.
Directe aanleiding voor het symposium was het gereedkomen van ecologische rapportages (de zogenaamde Passende Beoordelingen) die de effecten beschrijven van op korte termijn (2011-2013) geplande windparken op Natura 2000-gebieden. Het gaat daarbij om in totaal 450 MW, dat wil zeggen twee tot vier windparken op zee. Uitkomst van deze rapportages is dat de effecten op trekvogels beperkt zijn, evenals de effecten op kolonievogels zoals de Kleine Mantelmeeuw. De effecten zijn vooral afhankelijk van de ligging van het specifieke windpark.
De effecten van onderwatergeluid op zeezoogdieren (bruinvissen en zeehonden) door het heien van palen voor windturbines zijn beperkt zolang het op de relatief kleine schaal van enkele windparken gebeurt. Opschaling naar een toekomstige 6.000 MW dient weloverwogen te gebeuren. Door te monitoren en te meten, werd tijdens het symposium aangegeven, dient geleerd te worden van de effecten van de aanleg en het gebruik van de komende windparken. Dan kunnen waar nodig randvoorwaarden worden gesteld aan de locaties van de volgende parken. Ook dienen praktijkproeven met andere, niet geheide funderingen plaats te vinden zodat dit alternatief bij verdere schaalvergroting beschikbaar komt.
 
Opvallend is dat bovenstaande in grote lijnen overeen komt met de toetsingsadviezen van de Commissie voor de milieu-effectrapportage die dit ook op 23 juni in een persbericht van deze strekking bekendmaakte naar aanleiding van de eerder genoemde ecologische onderzoeken. Tijdens het debat was er grote eensgezindheid tussen ontwikkelaars van windenergie enerzijds en natuur- en milieuorganisaties anderzijds. Beiden waren het eens over de noodzaak om zorgvuldig met de ecologie van de Noordzee om te springen, maar ook over de noodzaak om windenergie op zee als duurzame energiebron verder te ontwikkelen.
 
Het symposium vond plaats in Engels Grandcafé in Rotterdam. De bijeenkomst was in Rotterdam vanwege de koppeling met de theatervoorstelling ‘Don Quichot in Holland’ en de daarbij horende debatten en bijeenkomsten. Dagvoorzitter was Gijs Weenink (Debatacademie).
Inhoudelijke sprekers waren:
Sjoerd Diksen, Bureau Waardenburg - vogels
Floor Heinis, HWE - Zeezoogdieren en vissen
Christ de Jong, TNO - Onderwatergeluid
Arjen Boon, Royal Haskoning - Effecten van opschaling
Dolf Elsevier van Griethuysen, Ballast Nedam - Fundatietechnieken
Hans Rijntalder, Pondera Consult - Oplossingsrichtingen.
 
Het symposium was mede mogelijk dankzij financiële bijdragen van
Airtricity - www.airtricity.com
E-connection – www.e-connection.nl
Eneco  -  www.eneco.nl
Nuon – www.nuon.nl
RWE  - www.rwe.nl
Mede-organisator van het symposium:
Pondera Consult - www.ponderaconsult.com