Duurzame energiesector moet participatie zelf vormgeven

De nieuwe Omgevingswet stelt maar één eis aan de participatie door omwonenden in duurzame energieprojecten. Dat de participatie adequaat moet zijn. Uit een bijeenkomst die de NVDE (Nederlandse Vereniging Duurzame Energie) en NWEA (Nederlandse WindEnergie Associatie) half september over deze wet organiseerde blijkt dat de duurzame energiesector vooral zelf werk moet maken van participatie.

Volgens Marjolein Dieperink van advocatenkantoor Houthoff Buruma staan er geen duidelijke eisen over het betrekken van omwonenden in de nieuwe wet, laat staan een definitie van participatie. Volgens haar doet de duurzame energiesector er goed aan om zelf op zoek te gaan naar effectieve vormen van participatie.Online zijn al verschillende hulpmiddelen beschikbaar, bijvoorbeeld de Inspiratiegids Participatie en de Handleiding Participatieplan.

Participatie is overigens geen moetje. Volgens de aanwezigen op de bijeenkomst van de NVDE en NWEA zorgt het betrekken van omwonenden ervoor dat mensen zich meer betrokken voelen bij projecten. Op die manier worden het gezamenlijk projecten, in plaats van alleen van de initiatiefnemer(s).

Daardoor kunnen projecten voor duurzame energie ook soepeler gerealiseerd worden. Omwonenden zullen minder snel naar de rechter stappen, en politici houden er minder koudwatervrees voor bijvoorbeeld windmolens of zonneparken aan over.

Volgens specialist Ad Littel is het doel van de nieuwe Omgevingswet een integrale afweging van alle mogelijke belangen (zoals natuur, woningbouw, infrastructuur, erfgoed en landbouw) in een bepaald gebied, bijvoorbeeld een gemeente of een provincie. Hiertoe worden in de Omgevingswet in totaal 26 afzonderlijke wetten gebundeld tot één wet.

In de nieuwe wet moeten het Rijk, provincies en gemeenten op de gebiedsniveaus waarvoor zij verantwoordelijk zijn langjarige Omgevingsvisies opstellen, en deze vertalen in concrete doelen. De acties om deze doelen daadwerkelijk te bereiken moeten zij vervolgens in Omgevingsplannen (op het gebied van gemeenten) en Omgevingsverordeningen (op het gebied van provincies) vaststellen.

Valkuil van de nieuwe wet is dat provincies en gemeenten het opstellen van hun Omgevingsvisies en de bijbehorende uitvoeringsplannen niet voortvarend oppakken waardoor de energietransitie vertraging gaat oplopen. Het is de bedoeling dat de nieuwe Omgevingswet in 2019 ingaat.

Marijn van der Pas
Manager Communicatie NWEA

De slag om miniwind en kleine windmolens

Miniwind en kleine windmolens hebben het moeilijk in Nederland. Zo stelt Friesland verschillende bovenwettelijke eisen aan ze. Proefopstellingen moeten bijvoorbeeld na vijf jaar worden verwijderd, ook als ze op dat moment nog duurzame stroom leveren. Maar ook in provincies waar geen extra beperkingen gelden is het vaak een moeizame weg om miniwind en kleine windmolens geplaatst te krijgen.

Lees meer