• Increase
  • Decrease
  • Normaal

Current Zoom: 100%

NWEA Nederlandse Wind Energie Associatie

Inloggen leden

Premiumleden NWEA:

Sponsorleden NWEA:

 

NWEA tweets

NWEA streeft naar meer windenergie

Lees verder >

NWEA telt meer dan 400 leden

Lees verder >

NWEA Offshore GreenDeal

Lees verder >

Publiekscampagne

Lees verder >

NWEA in Zienswijze Gebiedsvisie Drenthe: 'Beschouw 280 MW als minimum'

15 februari 2013

NWEA vindt het positief dat de provincie Drenthe ruimte wil geven aan windenergie. Wel pleit NWEA ervoor de genoemde 280 MW als minimum te beschouwen, vanwege de mogelijkheden in de provincie zelf en vanwege de landelijke doelstelling voor wind op land. Dat schrijft NWEA in een Zienswijze op de Ontwerp Gebiedsvisie Windenergie van Drenthe.

Ook vindt NWEA dat er meer zoekgebied in de provincie in beeld moet komen, alleen al voor het halen van de minimum taakstelling van 280 MW in 2020. Dit omdat er altijd locaties en turbineposities kunnen afvallen. Daarbij spreekt NWEA de zorg uit over het feit dat het niet waarschijnlijk is dat met de locaties die in de Ontwerp Gebiedsvisie worden aangewezen de minimaal vereiste 280 MW in 2020 wordt gehaald.

NWEA wijst er verder op dat de ontwerp gebiedsvisie onvoldoende rekening houdt met de thans lopende rijkscoördinatieregeling (RCR) voor de windparken De Drentse Monden en Oostermoer. Afweging daarvan ligt bij het Rijk. Eveneens vindt NWEA dat er niet van turbines van minstens 3 MW moet worden uitgegaan; afhankelijk van de locatie kunnen windturbines met een wat kleinere generator (bijvoorbeeld 2,5 of 2.7 MW) en grotere rotorbladen een beter rendement opleveren. Uiteindelijk gaat het immers om het aantal MWh en niet om het aantal MW.

De Zienswijze van NWEA op de Ontwerp Gebiedsvisie windenergie van Drenthe staat hieronder opgenomen en kan ook als pdf worden opgevraagd.


Aan:
Provincie Drenthe
T.a.v. Colleges van GS van Drenthe en B&W van Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Emmen en Coevorden
p/a Postbus 122
9400 AC  Assen



Plaats en datum Utrecht, 8 februari 2013
Ons kenmerk Br-secr 342N Ontwerp gebiedsvisie


Onderwerp: Zienswijze Ontwerp Gebiedsvisie windenergie Drenthe



Geachte Colleges,


Graag brengt de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) u met deze brief op de hoogte van haar standpunt ten aanzien van de Ontwerp Gebiedsvisie Windenergie Drenthe (hierna: Gebiedsvisie). De NWEA behartigt de belangen van windenergie. In NWEA werken de organisaties en bedrijven samen, die in Nederland actief zijn op het gebied van windenergie.


Communicatie
NWEA is tevreden met het voornemen van de provincie Drenthe om ruimte te reserveren voor windenergie. Voor zowel marktpartijen als burgers is het van groot belang dat er ruimtelijke duidelijkheid komt en dat de provincies en gemeenten hier helder over communiceren. NWEA is in dat verband verbaasd over de manier van communiceren door de provincie Drenthe in de Gebiedsvisie. Hierin wekt de provincie de suggestie dat besluiten over de ruimtelijke inpassing van windenergie worden genomen op basis van de Gebiedsvisie. Dit is echter niet correct. De Gebiedsvisie is immers een bestuurlijke visie en geen formeel planfiguur in het kader van de Wet ruimtelijke ordening.
Ook lijkt er onvoldoende rekening te worden gehouden met de thans lopende rijkscoördinatieregeling (RCR) voor de windparken De Drentse Monden en Oostermoer. Binnen deze RCR wordt het bestemmingsplan vastgesteld door de ministeries van Infrastructuur & Milieu en Economische Zaken en niet door de Gemeenteraad. Uit de Gebiedsvisie volgt dat het de bedoeling van de provincie en de betrokken gemeenten is om in het kader van deze RCR in het Rijksinpassingsplan alleen de locaties in Aa en Hunze en Borger-Odoorn uit de Gebiedsvisie vast te leggen. NWEA heeft echter begrepen dat de locaties uit de Gebiedsvisie als één van de alternatieven in het PlanMER van het Rijk worden beschouwd. Op basis van dit PlanMER, dat op uitvoerig onderzoek is gebaseerd, maakt het bevoegd gezag (i.c. de Ministers van EZ en I&M) een keuze en komt tot vaststelling van het Rijksinpassingsplan.


Minimumtaakstelling
De provincie Drenthe heeft de rijksoverheid aangeboden in 2020 280 MW van de landelijk minimaal benodigde 6000 MW windenergie op haar grondgebied geplaatst te hebben. NWEA is blij met dit aanbod van de provincie Drenthe. NWEA pleit er echter wel voor om deze taakstelling als een minimum te beschouwen. Om de landelijke doelstelling van 6000 MW in 2020 te halen zullen alle geschikte locaties zo optimaal mogelijk benut moeten worden. Met name het oostelijke veenkoloniale gedeelte van Drenthe biedt grote kansen voor windenergie. Dit wordt ook ondersteund door de aanwijzing van dit gebied als geschikt gebied voor grootschalige windenergie in de Rijksstructuurvisie Infrastructuur en Ruimte. NWEA is dan ook van mening dat dit gebied zo maximaal mogelijk benut moet worden voor de realisatie van windturbines. Dit betekent dat een getal van 280 MW niet als belemmering mag werken voor de realisatie van meer windenergie in het gebied. Wij rekenen er op dat u dit standpunt deelt en dit ook tot uitdrukking brengt in de definitieve Gebiedsvisie.


Indeling zoekgebied
Voor alleen het halen van de minimum taakstelling van 280 MW in 2020 is het volgens NWEA van belang om in de Gebiedsvisie in totaal meer dan 280 MW aan windlocaties te vergelijken. Dit omdat er altijd locaties en turbineposities kunnen afvallen, omdat bijvoorbeeld mogelijkheden in de onderzochte gebieden kleiner kunnen uitvallen door aanpassing van de begrenzing van die gebieden, het ontbreken van toestemming van de betrokken grondeigenaar etc. De ruimtelijke reservering moet juridisch houdbaar zijn.
NWEA constateert dat in de Gebiedsvisie niet wordt gemotiveerd waarom de locaties die eerder als mogelijk zoekgebied voor grootschalige windenergie zijn genoemd, nu niet in de afweging worden meegenomen. Door de uitsluiting van andere potentiële locaties bij het opstellen van deze Gebiedsvisie, bestaat het risico dat dit document niet de (juridische) toets van zorgvuldigheid van proces zal doorstaan, waardoor deze Gebiedsvisie uiteindelijk geen waarde zal hebben in het uiteindelijke ontwikkelproces van deze locaties.
Ook wil NWEA van deze gelegenheid gebruik maken om haar grote zorg uit te spreken over het feit dat het niet waarschijnlijk is dat met de locaties die in de Ontwerp Gebiedsvisie worden aangewezen de minimaal vereiste 280 MW in 2020 wordt gehaald. Gelet op de standpunten van de Gemeente  Emmen (60 MW) en Coevorden (maximaal 8 extra windturbines, dus totaal 12 turbines ) kan er in deze twee gemeenten in totaal 96 MW worden gerealiseerd. In de drie clusters uit de Gebiedsvisie in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn kan in totaal maximaal circa 135 MW worden gerealiseerd. Dit betekent dat de Gebiedsvisie ruimte biedt voor maximaal slechts 231 MW. De minimumtaakstelling van 280 MW in 2020 wordt dus niet gehaald.


Minimale vermogen windturbine
Uit de Gebiedsvisie volgt de eis dat het vermogen van een windturbine tenminste 3 MW moet bedragen. Actuele inzichten geven echter aan dat er locaties zijn waar vanwege de klimatologische omstandigheden juist windturbines met een wat kleinere generator (bijvoorbeeld 2,5 of 2.7 MW) en grotere rotorbladen het beste rendement opleveren. En uiteindelijk gaat het niet om het opgestelde vermogen van een windturbine in MW maar om de hoeveelheid geproduceerde duurzame elektriciteit in MWh. Dat is ook het standpunt van het IPO. NWEA verzoekt u dan ook om in de Gebiedsvisie de eis dat het geïnstalleerde vermogen van een windturbine tenminste 3 MW moet bedragen los te laten.


Gebiedsontwikkeling en participatie
NWEA juicht het betrekken van omwonenden bij windenergie-initiatieven van harte toe. Ook het idee dat het gebied waar een windpark wordt gerealiseerd meeprofiteert van de komst van de windturbines spreekt NWEA in principe aan. In de Gebiedsvisie gaat u echter uit van een financiële bijdrage van 10 – 20 % van de opbrengst uit de exploitatie van een windpark. Dit zijn geen realistische percentages. Onlangs zijn er bij een aantal initiatieven in Flevoland ook afspraken gemaakt over een financiële bijdrage aan gebiedsontwikkeling. De bedragen die bij deze initiatieven zijn afgesproken bedragen een fractie van het voorstel in de Gebiedsvisie. Ook de SDE-bijdrage biedt helaas geen ruimte voor dergelijke substantiële uitgaven maar is afgestemd op een passende verhouding van rendement en risico.
Om te voorkomen dat de in de Gebiedsvisie opgenomen financiële bijdrage betekent dat de ontwikkeling van windturbines in Drenthe hierdoor wordt gefrustreerd adviseert NWEA om in de definitieve Gebiedsvisie op te nemen dat in overleg met de betrokken initiatiefnemer afspraken worden gemaakt over de hoogte van de financiële bijdrage aan de gebiedsontwikkeling.


Uiteraard is NWEA bereid om deze zienswijze nader toe te lichten.


Met vriendelijke groet,
 
Ton Hirdes,
Directeur Nederlandse Wind Energie Associatie, NWEA

BijlageGrootte
NWEA zienswijze ontwerp gebiedsvisie windenergie Drenthe, 8 feb 2013.pdf30.72 KB

NWEA Secretariaat

Korte Elisabethstraat 6
3511 JG Utrecht
tel. 030-2316977
e-mail: info@nwea.nl

Nieuws feed NWEA

   

   

Nieuwsbrief

Laat uw e-mailadres hier achter om u in te schrijven voor onze e-mail nieuwsbrief